31-05-10

Twee tractoren op één dag

.















Het hulpje van Peter komt de drie bomen ophalen, die een paar jaar geleden met een hevige storm (“Erste Paula”) omgewaaid zijn. Met de grote trekker. Een kersenboom en twee dennen.

Hij wikkelt om elke stam een zware metalen ketting en trekt de drie stammen uit de tuin de heuvel op naar boven. Onderweg schraapt hij het weggetje kapot.
Hij raust overal tegenaan. Ik hou m’n hart vast
.














Ik kijk hem na als hij over het bospad verdwijnt met de drie stammen achter zich aan.
Schraap… schraap…
Het hoeft toch niet zo grof, of wel?

Nee… het hoeft niet.
’s Avonds wordt het hout gebracht, dat we hebben besteld bij een boer verderop.
Hij komt met de tractor aangereden en stopt en geeft een hand.
“Waar zal ik het hout leggen?”

Ik wijs hem de plek aan, waar het voor ons het gemakkelijkst is.

Hij manoeuvreert zijn trekkertje zodanig, dat de bak precies kan kiepen op de plek die ik hem aanwees.















Zo handig en zo voorzichtig als hij dat doet.
“Sie sind ein Künstler” complimenteer ik hem.
Hij glundert er van.
En dan kiepert er één kuub mooi brandhout op ons erf.
Voordat hij wegrijdt krijg ik nog een hand van hem.
Een vrolijke zwaai en weg is hij.














We beginnen meteen met stapelen…

Twee tractoren op één dag. Een wereld van verschil.


.

30-05-10

Peter en de koeien

.

Het is mei, dus de koeien mogen de wei in.

Ik hoor kabaal en gedoe op het paadje achter het weiland en ga even kijken.

En ja hoor! Daar is Peter bezig drie koeien uit een aanhanger te laden.

Twee koeien willen er wel uit, die doen al snel hun dans in de heerlijke buitenwereld, maar de derde weigert en bokt en trapt.

Peter roept naar mij, dat hij nog een keer terug komt en rijdt met de onwillige koe terug naar de boerderij.

Ik snap het niet helemaal tot ik een praatje maak met zijn broer Heimo, onze buurman. Deze zegt, dat Peter het deze zomer wilt proberen met vier koeien in de wei, in plaats van zoals andere jaren met drie. Ja… nu snap ik het, hij gaat de vierde lokken met de bokkige koe en brengt ze dan naar hun zomerverblijf hier bij ons in de wei.










Als ik weer herrie hoor en er naar toe loop ben ik net op tijd voor de koeiendans van het tweetal, dat net gebracht is.

Peter zwaait vanaf de tractor en sjeest er vandoor. Er is in deze tijd veel te doen. Alle koeien moeten weggebracht worden naar hun eigen weitje om daar hun kalfjes te krijgen, ergens in juni.











Ik hoor een koeiebel… Ik vind het altijd zo’n heerlijk geluid, pling-plang-kling-klang…

En maar grazen en kauwen. Zwaaien met die staart, heen en weer. Een stapje vooruit en weer een nieuwe pluk gras, waar de tong omheen geslagen wordt.

En dan knielen de twee voorpoten neer, het achterlijf zakt en met een diepe zucht is het tijd om te herkauwen of een tukje te doen.

Deze koeien hebben het zo zwaar nog niet…



.

28-05-10

Schnee von gestern

.


Het leuke van omgaan met buren is dat je er zo’n lol mee kunt hebben en… dat je er van alles van kunt leren.
Een van onze buren heet Fritz, een man van een jaar of 78 . Hij woont al 20 jaar alleen in het huis naast dat van ons.
Als we in Trahütten zijn gaan we hem altijd begroeten, met iets lekkers uit Holland en maken meteen een afspraak om even gezellig bij te kletsen met een glaasje wijn.
Vanmiddag zijn we bij hem op bezoek. Hij heeft Apfelstrudel gebakken en de wijn staat klaar. En… de pantoffels! Grote vilten pantoffels staan bij de voordeur klaar.
Het is namelijk pokkeweer en we nemen een hoop derrie mee aan onze schoenen, die we uitdoen. Nu gaan de lekkere warme pantoufles aan… van die mooie grijze vilten voetwarmers. (Ik wil ze ook!!!)

Voorzichtig de trap af naar beneden naar de tuinkamer, inschenken en… kletsen maar.

Dat kun je wel aan Fritz overlaten. Hij is een gezellige, onderhoudende gastheer.
Er wordt veel gelachen, en als Henry Molière aanhaalt: ”Als je lacht gaat je hoofd open…” , zegt Fritz, dat hij Molière gelezen heeft, en zelfs, dat het een van zijn favoriete schrijvers is…


Ik vraag naar twee vrienden van hem, die we een aantal keren bij hem ontmoetten. “Ach… das ist Schnee von gestern…” Ze zijn nog wel bevriend, maar niet zoals vroeger.
Ik vind het een gave uitdrukking: het zegt vrij veel!

Wat ik ook een mooie uitdrukking vind: “Er macht zuviel Wasser”. Dat betekent zo ongeveer, dat iemand teveel drukte maakt om niks.
Ja, leuk, zo’n kontakt. Een beetje bijpraten. Oh! We hebben een nieuwe burgemeester. Het huis van die en die is verkocht en verder gaat alles hier heerlijk z’n rustige eigen gangetje…
En... Fritz is verliefd! Hij krijgt een kleur als hij het aan ons vertelt...


.

27-05-10

Brandnetelsoep in zeer dichte mist

.

Als we wakker worden ontdekken we, dat we in een dik, wit wolkenpakket zitten.
De wereld om ons heen is wit.
Je hoort niets, geen zuchtje wind.
Er is alleen die witte muur om je heen.

De boerderij van buurvrouw Lydia is niet te zien.

De koeien van Peter staan met hun glimmende lijven op het hellinkje een beetje suf voor zich uit te staren.


Omdat het hout vandaag geleverd wordt gaan we de opslagplek waar we het straks in gaan stapelen een beetje opschonen. Er liggen nogal wat stammetjes, die verzaagd moeten worden, zodat ze straks in de oven en in de kachel passen.

En er moet gekloofd worden.
Met die dikke mist is dat een prima klus, je kunt toch geen kant op. Henry zaagt en klooft en ik stapel en hark.

In de mist zitten vette regendruppels, die zich laten vallen, net op het moment dat we klaar zijn.
De houtman gaat nu niet komen. Die rijdt niet met regen. En ook niet met sneeuw.

We gaan de haard aanmaken en zitten er lekker bij te lezen.
Henry leest: De Leesclub van Renate Dorrestein. Af en toe zit hij wat te gniffelen.

Ik lees Davita’ s harp van Chaim Potok. Niks te gniffelen. Ernstig boek. Niet om lang in te lezen.

In de stromende regen ga ik brandneteltopjes voor een soepje verzamelen. Echt bio uit eigen tuin!
Het is prettig om in die dichte mist te lopen plukken en dan van die vette regendruppels op je kop te voelen.
Zeiknat kom ik weer binnen.
Henry is nog steeds verdiept in De Leesclub, maar als hij hoort, dat er soep gemaakt gaat worden veert hij op.



Brandnetelsoep in zeer dichte mist. Lekkerder kan bijna niet.

.

26-05-10

Koude melk

.
















Het huis, dat mijn ouders in het dorpje huurden, heette de Kortschak-villa, naar de oprichter van het dorp, die daar ooit heeft gewoond. Wij gingen er voor het eerst rond 1960 op vakantie.


Er was nog geen waterleiding. Het was twee emmertjes water halen, om de beurt, bij de bron die zich achterin de tuin bevond.
Er was geen elektra, geen gas
en helemaal geen ijskast.
Gekookt werd er op een enorme houtoven, waar mijn moeder de scepter zwaaide.
Ze was er goed in, want het eten was altijd lekker.













Maar wat ik niet lekker vond was: de melk.

Mijn drie jaar jongere broer Florian en ik haalden elke avond een emmertje melk bij Jagebauer. Dan hielpen we met stront vegen, terwijl de koeien gemolken werden.
We konden de melk zo onder de koe vandaan meenemen.

Als het 7 uur was hielpen we de broer van de boer met klokluiden, totdat we ons daar zo misdroegen, dat we er nooit meer mochten komen.
Het klokgelui klopte niet en de mensen begonnen te klagen!


Als we weer thuis kwamen was het al bijna donker. We stonken een uur in de wind.
Een douche??? Die was er niet. Gewoon poedelen bij de bron.

De melk vond ik vies. Bah! Lauwe stinkmelk…
Op een dag hagelde het zo erg, dat we moesten uitkijken, dat we de stenen, als eieren zo groot, niet op ons kop kregen.
Dat was jammer: Florian en ik waren immers altijd buiten. Maar goed… ook een hagelbui duurt niet eeuwig en toen mochten we er op uit. Met emmers gingen we de hagelstenen rapen. Massa’s hagel-eieren!
En wat deden we er in: de lauwe melk!


Het melkemmertje werd in het ijs gezet en niet lang daarna……...........................

de hemel op aarde:

KOUDE MELK!!!



.

25-05-10

Haus Eduard















(Lekker bende achterin de auto!)

Om een uur of half twee arriveren we bij het huisje: Haus Eduard, na een fantastische reis.
We hebben uitgerekend, dat we 50 kilometer onder de grond hebben gereisd!
In 31 tunnels…

En het was zo rustig op de weg, dat je de Berlingo lange stukken op de automatische piloot kon zetten. Dat is heel prettig en je wordt er niet moe van…

Bij aankomst worden we meteen begroet door Georg, onze Griekse buurman, die ons al heeft zien aankomen en opspringt om ons welkom te heten.
We spreken meteen een wijntje af.

Het aansluiten van de waterleiding gaat dit keer niet zonder slag of stoot, omdat er 2 “geheime” kraantjes nog open staan.
Even een beetje sacherijn en dweilen en gewoon verder gaan. Niet mee zitten…

Tassen uitpakken en bedden opmaken.
Koffie met een soort van jenevertje, dat iemand heeft laten staan, buiten aan tafel voor het huisje.
Er bloeien heel veel Maagdenpalm en Bosanemonen vlak voor onze neus. Prachtig. Adem maar eens diep in… dit is de lucht die zo goed is voor je longen!

Henry gaat na het borreltje aan de slag: gaatje in badkamer dichten, kraan onklaar maken, sleutel van de achterdeur vijlen en pasklaar maken.
De kachels snorren en alles is thuis…

Roosje en Kaleb hadden een heerlijke fles witte wijn en twee biertjes voor ons neergezet en al gauw proosten we op het veilige rijden en de goeie thuiskomst.

Als ik zo voor het huisje een beetje voor me uit zit te mijmeren besef ik eens te meer, wat voor geluksvogel ik ben!
Ik brand meteen een kaarsje voor mijn ouders en zusjes…


.

24-05-10

LEEG!

Vlak voordat we naar Oostenrijk vertrokken gluurde ik even in het mezenkastje, omdat ik benieuwd was of er nieuwe huurders waren!
Ik schrok me rot, toen ik een vogeltje zag zitten op het nest: dat had ik niet verwacht...
Gauw heb ik het dakje weer dichtgedaan. En toen ik heel zeker wist, dat er niemand binnen was heeft Henry gauw een foto gemaakt: 9 eitjes lagen er en ik had niets gemerkt, geen bouwactiviteiten, niks.
Dat hebben ze mooi gedaan, die twee kleine sodemietertjes...













Terwijl ik op vakantie was zijn de eitjes uitgekomen en werden de jonkies lekker vet gemest.

Gisteren zijn we terug gekomen en terwijl we aan de champagne zaten om de veilige thuiskomst te vieren vlogen de beide mezenoudertjes af en aan met allerlei lekkernijtjes voor hun kroost.



















Eén van de jonge vogeltjes zat heel brutaal steeds naar buiten te koekeloeren en stak er soms zelfs met z'n halve lijfje uit. Helemaal niet bang en heel nieuwsgierig naar de wereld buiten het donkere kastje.

Ineens nam het de gok: vliegen! En het vloog schuin omhoog naar de esdoorn in de tuin van de buren.
Omdat het al avond was vond ik dat wel een gevaarlijke vlucht van het beestje.
Meestal vliegen ze namelijk 's ochtends uit.
De ouders bleven heel lang weg en we dachten, dat dit misschien de laatste was die uitvloog.


















Gauw even het dakje opgetild en gekeken: oh jee... nog 8 jonge vogeltjes.

De ouders kwamen weer voeren en vlogen af en aan en in een hele lange pauze, waarin ze waarschijnlijk het uitgevlogen jong begeleidden, hebben we gauw een foto gemaakt.

Vanmorgen heb ik me in de waranda geïnstalleerd.
Ik zag geen enkele beweging, dus ik dacht: die zijn uitgevlogen!
Maar toch, even later kwam er een oudertje met iets in het bekje.
Het hing even aan de rand voor de opening, keek een paar keer naar binnen en vloog toen weer weg.
Wel gek vond ik dat.
Toen, niet lang daarna, zag ik datzelfde oudertje, dat een jong aan het lesgeven was:
"Kijk jong: hier is een struik, waar je heel veel rupsjes kunt vinden. Haphaphap, zo doe je dat. Doe mij maar na!
En hier heeft de vrouw vanmorgen een vers vetbolletje opgehangen. Kijk goed... zo hang je eraan, je pikt wat in het vet naar een zaadje en je hapt het op.
Kijk maar hoe ik het doe."
En het jong deed alles na!!!!
Toen ben ik in het mezenkastje gaan kijken: LEEG!!! Zo leeg als ... een EMPTY NEST!
















En nu heb ik dus een empty nest syndroom.

Morgen zal ik jullie alles vertellen over de vakantie.....
Nu moet ik even bijkomen!
Ik tuur de buurt af of ik mijn kleine vriendjes nog ergens zie...
















.