.
Wat is het heerlijk om wakker te worden met het gebeier van de torenklokken op een mooie zondagmorgen in het Zuid-Limburgse land…
En als je een uurtje later door het land fietst … hoor! Daar klinken ze weer: Bim Bam. Bimmele Bom.
Sommige mensen denken dat ze “Kom Kom” horen, maar daar doe ik niet aan!
Stel je voor, dat ze je er houden...
Stel je voor, dat ze je er houden...
Kijk eens daar in de verte… de toren van Berg en Terblijt, het dorpje, waar we het afgelopen weekeinde hebben gelogeerd…
Daar komt het sonore geluid vandaan, helemaal over de velden naar mijn oren.
De torenklok zong wat ze kon
De vlaggen hingen uit
De bruigom was de lentezon
en Limburg was de bruid
En natuurlijk zingen we luidkeels het Limburgs volkslied:
Wie schoan os Limburg is
Begrip toch nemes
Allein de Zuderling
Dae Limburg leef is.
Want door de jaore heen
Bleef Limburg onbetwis
Dat stukske Nederland
Dat 't schoanste is.
Dat krijg je met een verloofde die zijn jeugd in Limburg heeft doorgebracht…
Dwars door de velden, omhoog en omlaag…
En ineens gaat Henry vol in de remmen en zingt:
Kniele kinder veur ’t kruus
Datste allein in Limburg nog
Datste allein in Limburg nog
Langs elke zandweeg zuus
Heerlijk Limburg. Misschien ga ik er wel eens een keer een boerderijtje kopen...
Kom je dan logeren?
.

