.
.
Gelukkig is het droog, wel koel maar droog!
Fietsen langs de Donau, dat wil ik al zo lang en nu is het dan eindelijk zover.
Eerst even wennen aan de bagage, en aan de benen die nog niet helemaal willen, maar dat gaat helemaal goed komen.
Ons fietspad voert ons dwars door de oude binnenstad van Passau. Ik zie in de gauwigheid: “dein Fernseher lügt” met blauwe letters op een muur geschreven.
De zwaluwen scheren over het water. Meestal betekent dat niet veel goeds. We wachten maar af.
Bij Kasten gaan we aan de koffie. Streusselkuchen erbij (met rabarber!) en genieten maar.
Even verderop is een klooster, waar een soort van likeur wordt gebrouwen. Er wonen Kapucijner monniken, die nooit wat zeggen, schijnt het. Ik zie er eentje bezig in de tuin met een grijze cape om. Inderdaad: hij zegt niets. We gaan de kloosterkerk in: ik wil altijd overal even een kaarsje branden. Als we weer buiten komen is het toch gaan regenen. De nieuwe regencape wordt nu ingewijd en doet het fantastisch!
Het regent gestaag door: geen grote druppels, maar van die fijne meiregen, waar je van gaat zingen: “I’m singin’ in the rain”... En “Meiregen maak dat ik groter word” wat mijn moeder wel eens zong.
Bij de Donau-Schlinge, een enorme bocht in de rivier, is het droog en een heerlijk fietspad brengt ons bij de veerpont.
Fietsen langs de Donau, dat wil ik al zo lang en nu is het dan eindelijk zover.
Eerst even wennen aan de bagage, en aan de benen die nog niet helemaal willen, maar dat gaat helemaal goed komen.
Ons fietspad voert ons dwars door de oude binnenstad van Passau. Ik zie in de gauwigheid: “dein Fernseher lügt” met blauwe letters op een muur geschreven.
De zwaluwen scheren over het water. Meestal betekent dat niet veel goeds. We wachten maar af.
Bij Kasten gaan we aan de koffie. Streusselkuchen erbij (met rabarber!) en genieten maar.
Even verderop is een klooster, waar een soort van likeur wordt gebrouwen. Er wonen Kapucijner monniken, die nooit wat zeggen, schijnt het. Ik zie er eentje bezig in de tuin met een grijze cape om. Inderdaad: hij zegt niets. We gaan de kloosterkerk in: ik wil altijd overal even een kaarsje branden. Als we weer buiten komen is het toch gaan regenen. De nieuwe regencape wordt nu ingewijd en doet het fantastisch!
Het regent gestaag door: geen grote druppels, maar van die fijne meiregen, waar je van gaat zingen: “I’m singin’ in the rain”... En “Meiregen maak dat ik groter word” wat mijn moeder wel eens zong.
Bij de Donau-Schlinge, een enorme bocht in de rivier, is het droog en een heerlijk fietspad brengt ons bij de veerpont.
De veerman zegt, dat regelmatig naar Nepal reist en daar een goeroe is... ja hoor, 't zal wel...
Maar hij brengt ons nu wel mooi naar de overkant, naar Obermühl. Daar is ons eerste hotelletje: Gasthof Aumüller.
Hier gaan we straks een lekker visje eten... en vannacht heerlijk slapen tussen de schone frisgestreken lakens!