.
Vorige week woensdagmiddag was het zulk prachtig weer, zo
zacht en bijna voorjaarsachtig… heerlijk!
Ik had na het repeteren met mijn koor geen afspraken en dus
besloot ik om maar eens iets in het huishouden te doen.
Daar ben ik meestal niet zo voor te porren, maar nu dacht ik:
hup! Alle ramen en deuren open en eruit met al dat stof.
Het kleed, of eigenlijk de loper, die in de keuken ligt nam
ik mee naar voren, naar de straat en begon 'm hartstochtelijk uit te kloppen.
Allemachtig… daar kwam een kilo stof vanaf.
Er kwam een gigantische auto aan (zo'n SUV) en die stopte. Er zat een man achter
het stuur, die het raampje aan de passagierskant opendeed en riep: ‘Mevrouw…”
Nou moet ik even vertellen, dat ik 45 jaar geleden ook eens
door een man achter het stuur zo werd aangesproken en omdat ik dacht, dat hij
de weg wilde weten liep ik er onbevangen naar toe, maar … hij zat iets
onbetamelijks met z’n piemel te doen, wat men in de allenigheid van de
slaapkamer hoort te doen.
Dus toen deze man hier op straat stopte en mij toeriep:
”Mevrouw…” was ik op mijn hoede.
Maar het was alleen maar een vrolijke man, die riep: “Dat is
allemaal fijnstof!”
Ik zei: “Moet jij nodig zeggen met die bak van jou…”
“Ik ga u aangeven” zei hij lachend.
Vrolijk reed de man verder en opgewekt ging ik door met mijn klus.
En ik dacht ineens… 45 jaar geleden!
Ik had die kerel toen keihard uit moeten lachen en de hond op hem af moeten sturen.
"Hap, Bello!"
