Drie musea hebben we bezocht in Leiden. Nee, niet allemaal tegelijk en ook niet op één dag, maar met goeie tussenpozen.
Henry wilde graag naar het Boerhaave Museum vanwege de mooie oude, gerestaureerde snijzaal en voor de expositie: "Besmet"
Ik vond het ook mooi. Die snijzaal... best wel eng, als je als student daar zit en toekijkt hoe er in een lijk gesneden wordt. Maar een pracht van een amphitheater is het en je kunt lekker hoog zitten, dus je hoeft er niet per sé met je neus bovenop.
Op de tafel in het midden lag dan een dode persoon... De medische studenten moesten er van leren en dat is maar goed ook, anders konden we nu niet zomaar geopereerd worden...
De expo over "Besmet" is ook de moeite waard, zeker nu we in zo'n pandemie zitten. Het ging over aids, de pest, de pokken, de cholera en ik vergeet vast nog een hele boel. Een hele mooi-ingerichte expositie. Echt de moeite waard.
De Lakenhal... Dat vind ik zo'n prachtig museum. Alleen al het gebouw. Van buiten en van binnen schitterend. Een paar mooie exposities, waarvan ik één foto laat zien. De schilder Theo van Doesburg met een fraai portret van zichzelf.
En tot slot op de laatste dag nog naar het Japanmuseum: het Siebold huis.
Daar is de verzameling kunst en gebruiksvoorwerpen te bewonderen, die Siebold, een Duitse arts, die in Japan woonde, verzameld had. Rond 1825. 1825!! Stel je eens voor... zo oud al. En van die prachtige "Kakamono's", zo'n lang doek dat je kon oprollen. Rechts zie je een echte Hokusai...
Boven op zolder is een expositie over "De" Bom. Heel indrukwekkend, over de 2 allesvernietigende atoombommen op Nagasaki en Hiroshima, die meteen een einde aan de wereldoorlog maakten. Daar word je niet echt vrolijk van...
Gelukkig kan ik het weer vergeten als we naar het hotel lopen om de koffertjes op te halen.
Zo... dit was een verslagje van onze Leidense museumbezoeken. Drie dagen deden we er over. Drie mooie dagen. Met poëzie, kunst en echte liefde. Jawel...