.
Als je eenmaal met kanker van doen hebt gehad en je bent klaar met de behandelingen, dan ben je nog niet klaar met kanker.
Bij ieder vreemd gevoel of pijntje in de onderbuik denk je: "Oh jee, als het maar niet...."
Nou kennen jullie me zo langzamerhand wel een beetje en weten, dat ik niet een van de somberste mensen in Haarlem en omstreken ben. Soms ben ik zelfs super-positief. Of euforisch. Himmelhoch jauchzend. Optimistisch...
Maar ja... nu heb ik toch weer wat, waar ik me nogal zorgen over maakte. Al mijn optimisme was even weg. Ik dacht: "Oh jee, als het maar niet...."
Ik zag de bui al hangen, vooral na een super-eng verhaal van iemand, die weer iemand kende, die...
Wat is nou het geval: ik heb een soort van bult op mijn verhemelte. En het voelt, alsof ik veel te lang op een kilo zuurtjes heb zitten zuigen. Maar aangezien ik zo goed als niet snoep en zeker niet een kilo zuurtjes achter de kiezen heb, maakte ik me ongerust. Het brandt en klopt.
Nou is kanker meestal een sluipende moordenaar, die niet zo maar brandt of klopt, dus ik hoopte gewoon stiekemweg ook op een soort van ontsteking.
Maar ja, de gedachte: "Oh jee, als het maar niet..." zat vooraan op de rij, eerste rang...
Henry maakte er een foto van. Zie je me staan met mijn mond wagenwijd open en de lens zowat in mijn huig?
Het zag er wel gek uit. "Ga naar de dokter", zei hij.
Ook Ellen adviseerde me zoiets: "Ga naar de tandarts", zei ze.
En toen gebeurde het: ik durfde niet.
Ineens werd ik een super schijterd. Ik durfde niet.
Tot Henry zei: "Stop met je kop in het zand steken. Laat er naar kijken."
Dus... met lood in de schoenen gisteren naar de tandarts. Ik heb een leuke tandarts, een Schot met een lekker sappig accent. Helaas kan ik dat hier niet nadoen. Maar goed: een foto gemaakt. En wat blijkt nu: er zit een fikse ontsteking op de wortelpunt van een van mijn snijtanden. En hij kan er niet bij, want het is een stifttand. Daar gaat in gesneden worden door de kaakchirurg.
Dat wordt een heel gedoe, maar dat kan me niet schelen, toch ben ik opgelucht.
Kun je je dat voorstellen?
Als je eenmaal met kanker van doen hebt gehad en je bent klaar met de behandelingen, dan ben je nog niet klaar met kanker.
Bij ieder vreemd gevoel of pijntje in de onderbuik denk je: "Oh jee, als het maar niet...."
Nou kennen jullie me zo langzamerhand wel een beetje en weten, dat ik niet een van de somberste mensen in Haarlem en omstreken ben. Soms ben ik zelfs super-positief. Of euforisch. Himmelhoch jauchzend. Optimistisch...
Maar ja... nu heb ik toch weer wat, waar ik me nogal zorgen over maakte. Al mijn optimisme was even weg. Ik dacht: "Oh jee, als het maar niet...."
Ik zag de bui al hangen, vooral na een super-eng verhaal van iemand, die weer iemand kende, die...
Wat is nou het geval: ik heb een soort van bult op mijn verhemelte. En het voelt, alsof ik veel te lang op een kilo zuurtjes heb zitten zuigen. Maar aangezien ik zo goed als niet snoep en zeker niet een kilo zuurtjes achter de kiezen heb, maakte ik me ongerust. Het brandt en klopt.
Nou is kanker meestal een sluipende moordenaar, die niet zo maar brandt of klopt, dus ik hoopte gewoon stiekemweg ook op een soort van ontsteking.
Maar ja, de gedachte: "Oh jee, als het maar niet..." zat vooraan op de rij, eerste rang...
Henry maakte er een foto van. Zie je me staan met mijn mond wagenwijd open en de lens zowat in mijn huig?
Het zag er wel gek uit. "Ga naar de dokter", zei hij.
Ook Ellen adviseerde me zoiets: "Ga naar de tandarts", zei ze.
En toen gebeurde het: ik durfde niet.
Ineens werd ik een super schijterd. Ik durfde niet.
Tot Henry zei: "Stop met je kop in het zand steken. Laat er naar kijken."
Dus... met lood in de schoenen gisteren naar de tandarts. Ik heb een leuke tandarts, een Schot met een lekker sappig accent. Helaas kan ik dat hier niet nadoen. Maar goed: een foto gemaakt. En wat blijkt nu: er zit een fikse ontsteking op de wortelpunt van een van mijn snijtanden. En hij kan er niet bij, want het is een stifttand. Daar gaat in gesneden worden door de kaakchirurg.
Dat wordt een heel gedoe, maar dat kan me niet schelen, toch ben ik opgelucht.
Kun je je dat voorstellen?