.
Gisteren een blogje over de Koningkerk aan de Kloppersingel in Haarlem.
Vandaag lopen we iets verder langs het water.
Aan de overkant van het Dolhuys zie ik een vrouw op een bankje.
Ze heeft een wandelwagentje bij zich. Lekker aan de wandel geweest en even uitrusten, denk ik.
Maar nee... ik zie uit de verte dat ze vier poppen naast zich heeft gezet.
Ze zit een beetje in elkaar gedoken en er klopt iets niet...
Samen met het hondje loop ik verder en maak de bocht waardoor ik langs de vrouw kom.
Als ik vlak bij haar ben zeg ik: "Zo... U heeft een grote familie..."
"Ja, dit zijn ze niet allemaal, ik heb er vier meegenomen: Josje, Peter, Rikkie en Lies"
Ik zeg, dat ze er mooi bij zitten en er goed uitzien.
Dan kijk ik naar de vrouw.
Die ziet er helemaal niet goed uit.
Ze heeft bijna geen tanden meer in d'r mond en er liggen zeker 30 peuken voor haar op de grond.
Ze rookt als een maleier. Of is het: ze rookt als een ketter?
D'r haren zijn vettig.
En haar ogen staan niet echt helder, maar wel vriendelijk...
Ik vraag: "Mag ik een foto maken?"
Jawel, dat mag, maar wel graag van een afstandje. Niet van dichtbij.
Ik snap dat wel.
Dan herken je haar ook niet op de foto.
Het is iemand, die het heel moeilijk heeft.
Ik hoop, dat mijn kleine praatje haar een beetje opgetild heeft.
Een praatje van niks was het, maar je weet maar nooit...
's Middags fiets ik aan de overkant en kijk naar het bankje waar ze zat. Leeg...
's Middags fiets ik aan de overkant en kijk naar het bankje waar ze zat. Leeg...
.