.
Het is mei, dus de koeien mogen de wei in.
Ik hoor kabaal en gedoe op het paadje achter het weiland en ga even kijken.
En ja hoor! Daar is Peter bezig drie koeien uit een aanhanger te laden.
Twee koeien willen er wel uit, die doen al snel hun dans in de heerlijke buitenwereld, maar de derde weigert en bokt en trapt.
Peter roept naar mij, dat hij nog een keer terug komt en rijdt met de onwillige koe terug naar de boerderij.
Ik snap het niet helemaal tot ik een praatje maak met zijn broer Heimo, onze buurman. Deze zegt, dat Peter het deze zomer wilt proberen met vier koeien in de wei, in plaats van zoals andere jaren met drie. Ja… nu snap ik het, hij gaat de vierde lokken met de bokkige koe en brengt ze dan naar hun zomerverblijf hier bij ons in de wei.

Als ik weer herrie hoor en er naar toe loop ben ik net op tijd voor de koeiendans van het tweetal, dat net gebracht is.
Peter zwaait vanaf de tractor en sjeest er vandoor. Er is in deze tijd veel te doen. Alle koeien moeten weggebracht worden naar hun eigen weitje om daar hun kalfjes te krijgen, ergens in juni.
Ik hoor een koeiebel… Ik vind het altijd zo’n heerlijk geluid, pling-plang-kling-klang…
En maar grazen en kauwen. Zwaaien met die staart, heen en weer. Een stapje vooruit en weer een nieuwe pluk gras, waar de tong omheen geslagen wordt.
En dan knielen de twee voorpoten neer, het achterlijf zakt en met een diepe zucht is het tijd om te herkauwen of een tukje te doen.
Deze koeien hebben het zo zwaar nog niet…
.